Hoe komen ministeries aan kennis?

Om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen hebben overheden veel informatie nodig. Hoe komen de 12 ministeries aan de benodigde kennis om hun beleid te kunnen onderbouwen? De wereld van kennis en beleid lijken moeilijk verenigbaar. Inhoudelijke experts en beleidsmakers weten elkaar lang niet altijd goed te vinden. Een aanleiding voor het Rathenau Instituut om te verkennen hoe de aansluiting tussen kennis en beleid in de praktijk bij de verschillende ministeries georganiseerd is. In een serie blogs zetten de onderzoekers hun bevindingen uiteen.

Geen innovatief beleid zonder voldoende kennis om het te onderbouwen. Zeker omdat het bij de ontwikkeling van beleid vaak zaak is om kwesties te verkennen die nu misschien niet acuut zijn, maar dat op termijn wél kunnen worden. Hoe zorg je er als ministerie voor dat je niet alleen de juiste strategische vragen formuleert, maar ze ook beantwoord krijgt? Hoe zorgen ministeries ervoor dat ze op tijd de juiste kennis in huis kunnen halen om beleid te maken? En wat is die ‘kennis’ dan precies? Op die vragen zoekt het Rathenau Instituut een antwoord.

Research & development zijn belangrijke aandrijvers van innovatie en economische vooruitgang. En er is veel kennis: bij universiteiten, universitaire medische centra, publieke kennisorganisaties zoals het RIVM, toegepast-onderzoeksinstituten zoals TNO, of hogescholen. Maar ook bij de politie, de wijkverpleegkundige of de dijkgraaf. Afhankelijk van het doel waarvoor kennis nodig is, spelen ministeries ook verschillende rollen: ze kunnen kennisvrager zijn of opdrachtgever, co-creator of coördinator of juist verantwoordelijk voor het bredere kennisecosysteem.

Het bepalen van dat doel (de kennisvraag) is vaak een complex proces, dat niet altijd vlekkeloos verloopt. Ministeries hebben soms onvoldoende overzicht, te weinig inhoudelijke deskundigheid of hebben te maken met de politieke lading van een thema die ervoor zorgt dat bepaalde vragen niet worden gesteld. Een goede kennisvraag stellen vereist dan ook kennis: kennis van het beleidsprobleem, het (politieke) speelveld, het inschatten van de bijdrage die kennis kan leveren, en welke kennis er dan nodig is.

Om te kunnen vaststellen welke kennis op welk moment nodig is, hebben alle ministeries een eigen proces van vraagarticulatie ingericht. Afhankelijk van het soort beleidsopgave waar ze voor staan, betrekken ze hierbij verschillende partijen. Van beleidsmakers tot kennisorganisaties en van uitvoeringsorganisaties tot professionals. Is de vraag eenmaal geformuleerd, dan is de afweging: wie gaat hem beantwoorden? Wat kost het om de benodigde kennis voor beleid te vergaren? En hoe organiseren ministeries het (laten doen) van onderzoek?

Benieuwd hoe dat zit?

Lees hier deel 1, deel 2, deel 3, deel 4 en deel 5 van de serie ‘Hoe komen ministeries aan kennis?’.