De circulaire economie in kaart

Nederland is volledig circulair in 2050. Ten minste, dat is het streven. Maar hoe pak je zoiets aan? En welke circulaire initiatieven maken het verschil? Het Planbureau voor de Leefomgeving bracht  de Nederlandse circulaire economie in kaart. Van geavanceerde recycle-innovaties tot schoenlappers en fietsenmakers. Wat blijkt? Met 85.000 circulaire activiteiten is de Nederlandse circulaire economie groter dan gedacht. Maar als we naar een volledig circulaire economie willen, moeten we niet alleen innovaties, maar ook ‘normale’ circulaire activiteiten op waarde weten te schatten. Want juist van die ingeburgerde alledaagse activiteiten kunnen circulaire innovators veel leren.

Een Rijksbreed programma, het grondstoffenakkoord en de transitieagenda’s. Er worden in Nederland grote stappen gezet om te bewegen naar een circulaire economie. Tot voor kort was er echter geen overzicht van de bedrijven en organisaties die zich met circulaire activiteiten bezighouden, en wat die activiteiten precies inhouden. Daarom begon het Planbureau voor de Leefomgeving aan het onderzoek ‘De Circulaire Economie in Kaart’. ‘Ons onderzoek geeft meer zicht op wat er precies gebeurt op het gebied van de circulaire economie, waardoor ook duidelijker wordt welke stappen er nog moeten worden gezet’, legt projectleider en onderzoeker Trudy Rood uit.  

85.000 circulaire initiatieven

Met behulp van het werkgelegenheidsregister, een computerprogramma dat automatisch het internet doorzoekt en enquêtes wisten Rood en haar collega’s maar liefst 85.000 Nederlandse circulaire initiatieven boven water te krijgen. ’85.000 circulaire activiteiten klinkt misschien als veel, maar het is maar 5% van onze totale economie. Als we van 5% naar 100% circulair willen gaan, dan kan dat niet zonder innovaties. We hebben nieuwe ideeën en activiteiten nodig. Niet alleen in technologie en ontwerp, maar ook als het gaat om businessmodellen. Van die 85.000 zijn zo’n 1.500 activiteiten – 2% - echt innovatief. Een relatief klein aantal, maar ontzettend belangrijk.’

Nieuwe ideeën

Om dit percentage vernieuwende circulaire ideeën te vergroten, is het belangrijk dat innovatieve bedrijven buiten hun eigen grenzen kijken, aldus Rood. ‘Innovaties vinden grotendeels plaats binnen bedrijven die zelf circulaire activiteiten ontplooien. Maar het is nodig dat er samenwerkingsverbanden ontstaan tussen partijen die eerder nog niet samenwerkten. Een voorbeeld hiervan is het circulaire bedrijf DSM-Niaga, dat samen met Auping en Landal Greenpark modulaire, recyclebare matrassen ontwikkelt.’

De R-Ladder

In de circulaire economie kunnen materialen op verschillende manieren hergebruikt worden. Met de zogenaamde “R-ladder” onderscheiden de onderzoekers verschillende gradaties van circulaire activiteiten. Op de hoogste trede van de ladder staan onder andere activiteiten die producten op een intensievere manier gebruiken, zoals deelplatformen. Daarna volgen activiteiten die draaien om reductie (efficiënter produceren), hergebruik en reparatie. Onderaan de ladder staat recycling en helemaal onderaan het terugwinnen van energie uit materialen als recycling niet meer mogelijk is. ‘Het is een prioritering van hoeveel grondstoffen met een activiteit bespaard worden. Als je één product aan verschillende mensen verhuurt in plaats van verkoopt, dan bespaart dat veel meer grondstoffen dan wanneer je een product recyclet en er iets nieuws van maakt.’

Anders ontwerpen

Zoveel mogelijk grondstoffen besparen vraagt om een andere productiewijze, stelt Rood. ‘Denk bijvoorbeeld aan een koptelefoon die bestaat uit losse onderdelen, die je kunt vervangen als ze stuk gaan. Je hoeft dan niet een hele nieuwe koptelefoon aan te schaffen, dat bespaart heel veel grondstoffen. Daar moet al in de ontwerpfase over nagedacht worden.’

Ook al eindigt recycling onderaan de ladder, het blijft een belangrijk onderdeel van de circulaire economie. ‘We zien veel initiatieven op het gebied van recycling. Ook voor producten die mogelijk gerecycled worden, is het belangrijk dat daar in de productiefase al over nagedacht wordt. Zo kwamen we een initiatief tegen dat vloerkleden maakt die later makkelijk te recyclen zijn tot nieuwe vloerkleden. Door de kleden al in de ontwerpfase aan te passen op latere recycling, door ze niet te verlijmen en niet allerlei verschillende kunststoffen te gebruiken, kun je later ál het materiaal hergebruiken.’

Imago opkrikken

Natuurlijk spelen naast bedrijven en innovators ook consumenten een belangrijke rol bij de transitie naar een circulaire economie. Zij moeten andere producten kopen of hun gedrag aanpassen. Dat blijkt soms nog lastig, legt Rood uit. ‘Gebruikte of gerecyclede producten en onderdelen hebben nog een imagoprobleem. Dat vraagt om meer draagvlak en betrokkenheid van mensen: we moeten het normaler maken dat spullen worden hergebruikt.’

Het imago moet misschien nog wat opgekrikt worden, maar circulaire activiteiten en hergebruik zijn al wel goed in ons dagelijks leven ingebed. ‘Je fiets laten repareren of een tweedehands auto kopen is heel normaal. Mensen zijn zich er nog niet van bewust dat ze op die manier bijdragen aan de circulaire economie. Als je naar een volledig circulaire economie wil, moet je dat soort “normale” activiteiten ook op waarde weten te schatten. Je moet ze koesteren en ervan leren. Wat maakt nou dat de reparatie van een auto heel normaal is, maar van kleine elektronica zoals telefoons niet? En wat kunnen we van deze ingeburgerde activiteiten leren voor onze circulaire innovaties? Op innovatiegebied is nog zo veel mogelijk. Ik hoop dat de 1.500 innovatieve activiteiten die wij gevonden hebben mensen inspireren om zelf ook aan de slag te gaan.’

Meer weten?

Lees hier het onderzoek ‘De Circulaire Economie in Kaart’ van het Planbureau voor de Leefomgeving.