Trendwatcher Hans Groenhuijsen: ‘We moeten over grenzen heen gaan kijken’

Trendwatcher en adviseur Hans Groenhuijsen had leidinggevende functies bij onder andere Centraal Beheer, Akzo Nobel en Rabobank. Twee jaar geleden besloot hij voor zichzelf te beginnen. Sindsdien adviseert hij ministeries en bedrijven over zijn grote liefdes: innovatie en transformatie. Hoe kijkt Groenhuijsen naar innovatie? Welke trends signaleert hij? En wat moet er veranderen in ons denken en doen om tot oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen te komen?

Hoe kijk jij naar trends?

‘Ik heb geschiedenis en bedrijfskunde gestudeerd. Ik denk dat ik me er daardoor extra bewust van ben dat je bij trends niet alleen naar de toekomst moet kijken, maar ook naar het heden en verleden. Wat we vandaag hebben bereikt en wat we de komende jaren hopen te bereiken, vindt deels zijn oorsprong in het verleden. Het is belangrijk om dat in te zien.

Het gevaar is echter dat we te veel teruggrijpen op dat verleden. Voor je het weet romantiseren en idealiseren we vroegere tijden. We gaan dan bijvoorbeeld te veel focussen op tradities en nationale identiteit. Dat komt deels voort uit angst en onzekerheid over wat ons de komende tijd boven het hoofd hangt. En dat belemmert de voortgang naar de toekomst. Andersom werkt het ook niet om heel optimistisch naar de toekomst te kijken en te denken dat alles vanzelf wel goedkomt. Dat gebeurt niet vanzelf, we moeten daar hard aan werken.’

Hoe denk jij dat we daar de komende tijd aan zullen werken?

‘Als mensen het over trends en de toekomst hebben, gaat het vaak over technologie. Natuurlijk, technologie is belangrijk. Maar innovatie gaat over meer dan drones, robots en kunstmatige intelligentie.

Denk bijvoorbeeld aan systeeminnovaties, die verder gaan dan alleen technologie. Voor het verduurzamen van logistiek – zeevaart, wegtransport et cetera – moet je de hele sector of een complete keten op een andere manier organiseren. Dat vergt een nieuw systeem. Daar hebben we soms moeite mee. Kijk bijvoorbeeld naar het gedoe rondom Über en het taxibeleid, en het uit de kluiten gewassen AirBnB. We moeten een balans vinden tussen innovatie en technologie enerzijds en maatschappelijk belang en faire marktwerking anderzijds.

Als het gaat over innovatie moeten we ook kijken naar de manier waarop we werken en samenwerken. We zoeken voortdurend uit hoe we ons beter en anders kunnen organiseren. Tegenwoordig worden gesloten organisaties steeds opener, steeds meer gericht op partnership.’

Op welke manier zie jij dat in je werk voor overheden en ministeries terug?

‘Er waait een andere wind in het Rijk dan 25 jaar terug. Mensen proberen meer verbinding met elkaar te zoeken, kijken wat ze samen kunnen doen. Ik kom in mijn werk veel mensen tegen die innovatie en verduurzaming echt in hun hart hebben opgesloten, en daarnaar proberen te handelen. Er zijn steeds meer mensen die oude grenzen willen doorbreken, en van buiten naar binnen denken.

De vraag is alleen wanneer we dat denken omzetten in acties en resultaat. Dat is ontzettend moeilijk – niet alleen voor het Rijk, maar voor alle marktpartijen. Kijk bijvoorbeeld hoeveel moeite we hebben om rondom het Klimaatakkoord tot constructieve oplossingen te komen. Iedereen denkt vanuit zijn eigen parochie en belang. Daar is werk aan de winkel. We moeten over grenzen heen gaan kijken. Ik ben bang dat het Klimaatakkoord anders verwordt tot een brevet van onvermogen.

Maar ik ben optimistisch over mensen. Ik hoop dat overheden in staat zullen zijn om de ontwikkelingen die nodig zijn ook echt door te zetten. Dat ze groots en met ambitie handelen. Visie is geen vies woord en ook geen wondermiddel, maar wel bruikbaar in de juiste mix. De overheid moet knopen doorhakken om veranderingen in gang te zetten. Je moet bij wijze van spreken met de vuist op tafel slaan om écht iets te bereiken.’

Kunnen technologische innovaties daar ook bij helpen?

‘Technologie wordt soms overschat, maar kan ook enorm faciliterend zijn. Het kan veel dingen makkelijker, schoner en duurzamer maken. Ik denk ook dat technologische ontwikkelingen ertoe leiden dat we enorm kunnen versnellen in denken, analyseren en besluitvorming. Dat is hoopgevend.

Natuurlijk heeft technologie niet alleen maar positieve impact – zichtbaar of onzichtbaar. Denk aan de groeiende macht van tech-reuzen, en aan het feit dat we 24/7 “connected” zijn, maar mensen zich juist geïsoleerd, vervreemd en niet verbonden voelen. Technologie heeft dus ook zijn schaduwzijden. Maar ik denk vooral dat technologie een enorme impuls kan geven aan welzijn en welvaart. In de automotive sector zijn we bijvoorbeeld al 120 jaar bezig met de wereld slechter en vuiler maken dan hij was. Nu komen we erachter dat het anders moet én kan. Dat leidt tot nieuwe energiebronnen voor auto’s en autonoom rijdende voertuigen. En het leidt er denk ik toe dat we de infrastructuur beter zullen gaan benutten, doordat auto’s kunnen communiceren met elkaar en hun omgeving.

Daarbij moeten we ook op systeemniveau blijven kijken. Het gaat over meer dan mobiliteit alleen. Het gaat over de samenhang tussen mobiliteit, infrastructuur, de gebouwde omgeving en uiteindelijk ook de manier waarop we de economie en samenleving hebben georganiseerd. Daar moet fundamenteel iets in veranderen. Je kunt auto’s schoner en veiliger maken, dat is prachtig. Maar als we onze samenleving niet op een fundamenteel andere manier organiseren, blijft de kern van het probleem bestaan.’