Het belang van de Innovation Expo volgens Marianne Berendse

In onze rubriek ‘Het belang van de Innovation Expo’ stellen we dit keer Programmaraadslid Marianne Berendse voor. Ze was onder meer secretaris-generaal van CEREC, het Europese Centrum voor Economie, Kunst en Cultuur en directeur van innovatie-forum Springtij. Nu is zij directeur van Point of New, daar richt ze zich op het verbinden van industrieën, ngo’s en overheden op het gebied van innovatie, energie, financiën en gezondheidszorg. ‘De Innovation Expo is een kristallisatiepunt dat kennis, ervaring en innovatieve ideeën aantrekt en samenbrengt.’

Waarom vindt u de IE2018 belangrijk?

‘We laten in Nederland met de Innovation Expo elke twee jaar zien waar we staan als het gaat om innovaties. Daar kunnen we trots op zijn: klein als we zijn hebben we enorm veel kennis en innovatiekracht. Dat heeft ook te maken met het gegeven dat we goed kunnen samenwerken.

We zijn gewend om in teamverband te werken, met kennisinstituten, bedrijfsleven, wetenschap en andere professionals. Zo realiseren we doorbraken en dragen we bij aan oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen waar we in de wereld voor staan.’

Wat hoopt u dat de concrete resultaten zijn van de IE2018?

‘We laten zien wat de state of the art oplossingen zijn, we laten doorbraken zien. Wat ik vooral belangrijk vind, is dat we doorbraken laten zien op het gebied van systemische vraagstukken. Of dat nou gaat over water, voedsel of klimaat. Kleinere technologische innovaties zijn natuurlijk ook ontzettend belangrijk, maar er is behoefte aan grote systeemdoorbraken. Die moeten we versnellen. We hebben minder tijd dan vroeger. Kijk maar naar klimaatverandering: voortschrijdend inzicht leidt ertoe dat die nóg urgenter is geworden. Ik hoop dat de Innovation Expo niet alleen leidt tot productinnovaties, maar ook tot doorbraaktechnologieën die het antwoord kunnen zijn op grote systemische vraagstukken.’

Waarom moeten mensen volgens u naar de IE2018 komen?

‘Ik vind het zo mooi dat op de Innovation Expo alles samenkomt: vernuft, verbeeldingskracht en vakmanschap. Er is een enorme rijkdom aan kennis en ervaring die door de vertegenwoordigers vanuit alle disciplines samen wordt gebracht. De Innovation Expo is een kristallisatiepunt dat kennis, ervaring en innovatieve ideeën aantrekt en samenbrengt. De bezoekers zijn professionals uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, overheden, ngo’s. Zij komen kijken, maar tegelijkertijd bieden we die groepen ook een podium. Ze tonen zichzelf en komen voor het voetlicht van een breed publiek.

Het is heel belangrijk dat er iets te beleven en zien valt. Als bezoeker word je meegenomen in een ervaring, waardoor je mogelijkheden en verschillende perspectieven ziet. Bovendien is het van onschatbare waarde voor je netwerk. Er zijn zoveel innovatieve partners waar je bijzonder veel profijt van kunt hebben. Het is dé plek om partnerschappen te smeden. Je hebt de kans om face-to-face met vertegenwoordigers van overheden, investeerders en innovators aan de slag te gaan.’

Kunt u een voorbeeld geven van een mooie Dutch solution?

‘Nederland is al heel lang in staat om multidisciplinair te werken. We zijn het gewend om met verschillende partijen te kijken naar vraagstukken. Ik wil het niet het poldermodel noemen, want in de Scandinavische landen zijn ze hier ook goed in. Maar met verschillende partijen om de tafel gaan om vraagstukken op te lossen is wel echt een van onze unique selling points.

Daarnaast zijn we enorm ondernemend, dat kenmerkt Nederland echt. Die twee eigenschappen maken dat we zo goed in staat zijn om innovaties tot stand te brengen. Maar het is belangrijk dat het niet alleen bij wetenschap en kennis blijft. Échte transitie vraagt om learning by doing. Je moet ruimte creëren voor experiment. In Nederland hebben we daar – zeker als het gaat om circulaire economie – een aantal onderzoekshubs voor. Die hebben een pragmatische aanpak, maken een verbinding tussen het systemische kijken en de praktijk. Dat is belangrijk, de tijd dringt en we moeten nu echt de slag maken om innovaties in de markt te zetten. Daar is de Innovation Expo ook voor.’

Welke innovatie is hier volgens u een goed voorbeeld van?

‘Een van de exposanten, Ioniqa, houdt zich bezig met het recyclen van plastic. Ze hebben een rendabele circulaire oplossing gevonden om petflesjes terug te brengen tot de bouwstenen. Ze breken de kunststof volledig af, halen onzuiverheden eruit en houden de plastic grondstof over. Die grondstof kan oneindig vaak hergebruikt worden – ze noemen dat het “eeuwige waterflesje”. Om te komen waar ze nu zijn heeft Ioniqa met heel veel partijen gesproken. Ze hebben niet zomaar een product ontwikkeld, maar zoeken naar de oplossing voor een groot systemisch vraagstuk.

Een ander bedrijf dat iets vergelijkbaars doet is Nijhuis. Zij zijn enorm innovatief op het gebied van watertechnologie en hebben een manier ontwikkeld om vet uit afvalwater terug te winnen en te gebruiken als brandstof. Dat doen ze ook  met stikstof. Doordat mest wordt gebruikt als organische bodemverbeteraar, komt stikstof in het water terecht. Dat kan door Nijhuis worden teruggewonnen en opnieuw worden gebruikt.’