Het belang van de Innovation Expo volgens Paul Veger

In onze rubriek ‘Het belang van de Innovation Expo’ stellen we dit keer Programmaraadslid Paul Veger voor. In 1987 richtte hij Decos op. Decos ontwikkelt software-oplossingen die bijdragen aan efficiënter werken en duurzamer leven. Het was het eerste bedrijf in Nederland dat het gebruik van papier volledig uitbande. CEO Veger vertelt over het plezier van innoveren en hoe vernieuwing meer is dan alleen nieuwe technologie. ‘Als we met zijn allen blijven praten over hoe het vroeger beter was, dan komen we nooit in een wereld die écht beter is.’

Waarom vindt u de IE2018 belangrijk?

De Innovation Expo zet het Nederlandse bedrijfsleven en de samenleving in beweging, naar innovatie toe. Het wakkert die beweging aan, er komt actie in de tent. Mensen ontmoeten elkaar. Innovatie gaat steeds meer over sectoren heen. Ontwikkeling gebeurt niet meer binnen één zuil, maar ideeën en technologieën uit andere sectoren kunnen ook gebruikt worden. Daarom vind ik het ook inspirerend dat de cultuursector meedraait met de Innovation Expo. Dat kunstenaars meekijken geeft ook energie aan de bezoekers.

Wat hoopt u dat de concrete resultaten zijn van de IE2018?

We hopen natuurlijk dat mensen in beweging komen en blijven. Dat mensen de lol van innoveren ervaren. Innoveren gaat niet over technologie. Het gaat over mensen: hoe ze werken en of ze zin hebben om nieuwe dingen te doen, of ze op andere manieren willen werken. Het gaat ook om wendbaarheid. Ik hoop dat het zien van andere innovators mensen energie geeft. Innovators in bedrijven moeten altijd andere mensen mee weten te krijgen. Energie creëert steun. Ik hoop dat we zo het Nederlandse bedrijfsleven energieker in beweging krijgen.

Bij Decos innoveren we met technologie, maar ook in hoe we werken. Als je bij ons werkt, heb je te maken met de ‘early adapter pijn’. We rijden bijvoorbeeld elektrisch en gebruiken geen papier, dat vindt niet iedereen fijn. Maar je moet het aandurven. Er blijven zoveel mensen hangen in ‘ik heb nog papier want dat was vroeger zo handig’ of ‘ik hou een dieselmotor want die hoef ik niet op te laden’. Als we met zijn allen blijven praten over hoe het vroeger beter was, dan komen we nooit in een wereld die écht beter is. We moeten voorwaarts. 

Waarom moeten mensen volgens u naar de IE2018 komen?

De meeste mensen die naar de Innovation Expo komen innoveren al en kennen daar de lol van. Maar we hebben op de Innovation Expo de grootste behoefte aan bedrijven die nog moeite hebben met innovatie en de nieuwe wereld.

De samenleving ontwikkelt zich steeds sneller en dat vergt ook aanpassingsvermogen van die bedrijven. We verwachten in de komende 25 jaar meer innovatie dan in de afgelopen 100 jaar. Waar bedrijven vroeger heel gestructureerd konden zijn, moeten ze nu continu in beweging blijven. Het gaat er niet om dat je één nieuwe innovatie moet doen of één nieuwe techniek moet bedenken, je moet de hele tijd innoveren. Daar moeten bedrijven aan wennen.

Kunt u een voorbeeld geven van een mooie Dutch Solution?

Ik vind het mooi als dingen die voor een ander doel gemaakt zijn op een innovatieve manier gebruikt worden. Nederland is een handelsland, verbindingsland en zakenland. Ik vind het indrukwekkend dat we eerst een belangrijke zeehaven hadden, toen een belangrijke luchthaven en nu een belangrijk internetknooppunt. We rollen mee in iedere golf van technologie. We zijn met name ook een organisatieland. Als je vanuit het buitenland op Schiphol aankomt denk je ‘jeetje, wat is het hier goed geregeld’. Daar worden we wereldwijd ook voor gewaardeerd.

Welke innovatie is hier volgens u een goed voorbeeld van?

Heel veel innovatie is eigenlijk het doen van iets wat wel mogelijk is, maar wat nog niet wordt gedaan. Je hoeft niet perse iets helemaal nieuws uit te vinden. Het kunnen dingen zijn die al mogelijk zijn in een ander vakgebied, maar in jouw vakgebied nog niet worden gebruikt. Pas dat toe en dan heb je innovatie bereikt. Juist die kruisbestuiving is waar de Innovation Expo voor staat.

Amsterdam Scientific Instruments is hier een goed voorbeeld van. Zij passen technologie die door CERN en Nikhef is ontwikkeld toe voor heel andere doeleinden: een chip is een camera geworden. Ze maken daarmee elektronenmicroscopen voor de wereldwijde markt. Daar worden ook nieuwe ontdekkingen mee gedaan. Zo zullen ze met hun instrumenten waarschijnlijk een rol gaan spelen in de medische sector, in de life sciences en in de fysica.