‘Een experiment mag 99 keer mislukken als het uiteindelijk tot één verandering leidt’

Als onderzoeks- en opleidingsinstituut richt de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) zich op de aanpak van maatschappelijke vraagstukken en de rol die publieke functionarissen daarbij hebben. In het essay Experimenteren en Opschalen, geschreven in opdracht van zeven ministeries, onderzocht het instituut de rol van de overheid bij innovatie. In aanloop naar de Innovatie Expo 2021 geeft het essay een belangrijk inzicht in soorten innovaties en de rol van de overheid daarbij. Het essay brengt in kaart hoe de overheid betrokken is bij experimenten, en hoe de resultaten daarvan in de praktijk worden gebracht. 

NSOB essay
©NSOB

Gemeenschappelijke taal

Voordat ministeries succesvol innovaties kunnen doorvoeren, is het belangrijk te weten in welke richting ze het best stappen kunnen nemen. De experimenten waarmee deze richting wordt vastgesteld zijn net zo divers als de problemen die ze moeten oplossen. ‘Het helpt als publieke functionarissen het hele scala aan experimenteergedrag kunnen overzien’, zegt Jorren Scherpenisse, adjunct-directeur van de NSOB-denktank die het essay schreef. ‘Is het bewust gekozen of toevallig ontstaan? Wat zijn de alternatieven?’ De onderbouwing voor deze keuzes blijft vaak impliciet, wat het lastig maakt om hier goed op te reflecteren. Een van de hoofddoelen van het essay is dan ook om dit besluitvormingsproces bespreekbaar te maken.

‘Het essay biedt gedeelde woorden en een gedeelde taal voor wat mensen in de praktijk van alledag doen, maar waar ze soms nog niet de woorden voor hebben gevonden. Iedereen kan erover praten’, legt Petra Ophoff uit, onderzoeker en opleidingsmanager bij NSOB. Die gemeenschappelijke taal richt zich op het beter begrijpen van het experimenteren, het opschalen van innovaties, en de overgang daartussen. Daarmee wordt voor innovators mogelijk om een experiment beter af te stellen op de doelstellingen ervan, en ervoor te zorgen dat die doelstellingen voor iedereen duidelijk zijn. 

Experimenteren: bewijzen of bewegen

‘Voor dit essay hebben we gekeken naar het palet van experimenten in de praktijk. Dat blijkt bij elk ministerie al heel anders te liggen’, vertelt Ophoff. Experimenten kunnen de vorm aannemen van proeftuinen, onderzoek, regelvrije zones, pilots, maar ook het dagelijkse professionele knutselen en leren. Sommige experimenten zijn gericht op het vinden van bewijs: de kennis dat iets werkt, of waarom het werkt. Andere experimenten dienen om een maatschappelijke beweging in de richting van een uiteindelijk doel te initiëren. 

De betrokkenheid van de overheid bij verschillende experimenten neemt uiteenlopende vormen aan. ‘Soms is een ministerie betrokken als initiator, soms als regelgever, en soms juist als blokkerende partij die het experiment in de weg staat’, zegt Scherpenisse.

Opschalen: oogsten of opschudden

Het experiment is pas de eerste stap voor een innovatie – bij succes kan worden opgeschaald. Hiermee wordt vaak bedoeld dat de resultaten van het experiment op een grotere schaal worden toepast. Maar ook deze opschaling blijkt een brede term te zijn waar veel verschillende interpretaties op van toepassing zijn. 

De classificatie van experimenten en opschalingsvormen die het essay uiteenzet, brengt een van de belangrijkste lessen van het essay aan het licht. ‘In de praktijk wordt vaak na een experiment gekeken wat voor opschaling daarbij past,’ zegt Scherpenisse, ‘maar het is heel belangrijk dat aan het begin te doen. De opschaling die je nastreeft heeft consequenties voor het ontwerp van het experimenteren.’ 

Een opvallend onderscheid dat daarbij naar voren komt is dat tussen oogsten en opschudden. Vaak streeft een experiment ernaar om nog beter te functioneren binnen een al bestaande situatie, bijvoorbeeld door regelgeving te verbeteren of lessen te delen in een handboek.

Maar het kan ook zijn dat het doel van een experiment juist is om de status quo op te schudden, bijvoorbeeld om transitie te realiseren. Het experimenteren destabiliseert dan het bestaande systeem. ‘Opschudden is niet makkelijk te realiseren. Het kan zomaar zijn dat experimenteren wel vernieuwing oplevert, maar dat dit vooral de bestaande belangen verstevigt. Met als gevolg: experiment geslaagd, opschaling mislukt.’ 

In beweging komen

De NSOB heeft deze uiteenlopende praktijken samengebracht in een uitgebreid essay én een werkboek, waarmee publieke functionarissen aan de slag kunnen om te werken aan geslaagde experimenten en de succesvolle opschaling daarvan. De rol van de overheid kan daarbij heel verschillende vormen aannemen. Soms is het als ministerie belangrijk om een experiment te initiëren, maar soms kan juist het opheffen van een blokkade een grote bijdrage zijn aan een experiment dat al in de samenleving gaande is. 

‘Soms is het goed om te kiezen voor één experiment, dat bewijs of beweging op kan leveren. Maar in andere gevallen is het nodig dat er juist vele experimenten plaatsvinden, waarin op allerlei manieren dingen worden uitgeprobeerd en ter discussie gesteld,’ legt Scherpenisse uit. ‘Dat mag 99 keer mislukken als er één keer een verandering uit komt waarmee dan snel massa gemaakt wordt.’ Daar komt dan ook een heel andere strategie bij kijken: ‘Niet “We moeten in één keer een perfect experiment ontwerpen”, maar: “Hoe maken we optimaal ruimte voor een zwerm waarin veel verschillende dingen worden geprobeerd?”’

Gemeenschappelijke taal

Cruciaal aan het essay is het toegankelijk maken van deze gedeelde taal, waarmee bespreekbaar wordt wat de ambities zijn van een experiment. Het essay levert een overzicht van experimenten in de praktijk en de verschillende categorieën waar ze onder vallen. Hiermee wordt het voor overheidsinstanties veel makkelijker om doelgericht te innoveren, en daar ook duidelijk over te communiceren. Experimenteren en Opschalen vormt daarmee een uitgebreid en doortastend handboek voor beleidsvernieuwing. 

Het essay, dat is geschreven door Martin Schulz, Petra Ophoff, Marije Huiting, Hans Vermaak, Jorren Scherpenisse, Martijn van der Steen, en Mark van Twist staat binnenkort op de website van de NSOB en is gratis toegankelijk.