Gaat kunstmatige intelligentie ons uit de Corona crisis redden?

Een desinfecterende drone, een app met corona-alarm en koorts-detectie met warmtecamera’s: de afgelopen weken verschenen verschillende artikelen over hoe, met name in China, kunstmatige intelligentie wordt ingezet om de Coronacrisis af te wenden. Gaat kunstmatige intelligentie ons uit deze crisis redden?

Pim Haselager, universitair hoofdonderzoeker bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour

Innovatie-estafette vraagt het Pim Haselager, universitair hoofdonderzoeker bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour. Vanuit zijn huis aan het bos in de buurt van de Nijmeegse universiteit reflecteert hij op de huidige situatie: ´Kunstmatige intelligentie kan bijdragen aan de afwending van de Corona crisis, maar het is niet dé oplossing. En we moeten ons bewust zijn van de gevolgen van de inzet van controlerende toepassingen.’

Overspannen verwachtingen

‘We kunnen nu technisch gezien veel meer dan bijvoorbeeld tijdens de SARS-uitbraak in 2003. Maar kunstmatige intelligentie is eerder een langdurige belofte gebleken en wordt overspoeld door overspannen verwachtingen waar het niet zomaar, en zeker niet op korte termijn, aan kan voldoen.’

‘Een van de problemen waar we tegenaan zullen blijven lopen is bijvoorbeeld dat je voor veel toepassingen enorme hoeveelheden betrouwbare data nodig hebt. In het geval van Corona hebben we het wel over een paar duizend ziektegevallen per land. Ja, dat is enorm, maar de data die we nu verzamelen is niet voldoende voor solide machine learning applicaties. En dit soort structurele problemen of gebreken in je data kunnen kunstmatige intelligentie niet oplossen.’

Kansrijke toepassingen

‘Daarbij komt dat de kern van infectieziekten sociale interactie is. Daarbij spelen dus niet technische, maar sociale mechanismen de grootste rol. Maar techniek kan wel bijdragen aan oplossingen. Computertechnologie levert bijvoorbeeld goede alternatieven voor dingen die nu tijdelijk niet kunnen, zoals digitaal communiceren in plaats van in real life

'En kunstmatige intelligentie kan wél een rol spelen bij prediceren, diagnosticeren en behandelen van ziektes, en bij het veiliger verrichten van essentiële handelingen. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan het desinfecteren van instrumenten. Dankzij kunstmatige intelligentie kunnen dat soort handelingen door robots op termijn worden overgenomen. Zo wordt dat gedeelte van de verzorging een stuk veiliger.’

Prediceren

'De meeste voorbeelden van het inzetten van kunstmatige intelligentie ziet Haselager in het voorspellen van het verloop van de verspreiding. ‘Met kunstmatige intelligentie kun je voorspellen hoe besmettingen zich gaan ontwikkelen, waar de brandhaarden ontstaan en hoe het virus zich zal gaan verspreiden. Daar is overigens wel informatie over de dragers voor nodig, waar en met wie ze in contact komen.’ Deze data kunnen volgens Haselager verzameld worden via smartphones en gezichtsherkenningscamera’s, waarbij wel privacy vraagstukken spelen.

Diagnose en behandelen

In de diagnostiek kan je met kustmatige intelligentie, door middel van zogenaamde deep learning, uiteindelijk tot een manier komen om betere een diagnoses te stellen dan wanneer een arts dat zou doen. Dat kan bijvoorbeeld al bij prostaatkanker: in het Radboudumc hebben onderzoekers een systeem ontwikkeld dat de agressiviteit van de kanker beter kan bepalen dan de meeste pathologen.

Ook op het gebied van behandeling biedt deep learning mogelijkheden. Superintelligente computers kunnen de ontwikkeling van het juiste medicijn versnellen, dankzij voorspellingen over bepaalde eigenschappen van het virus. Dat gebeurt op minuscuul niveau. Een voorbeeld van zo’n toepassing is AlphaFold, dat op basis van genetische informatie de structuur, functie en rol van een eiwit kan voorspellen. Op basis daarvan kunnen wetenschappers medicijnen ontwikkelen die specifiek daarop inspelen.

Kunnen we in Nederland wat China kan?

De voorbeelden van toepassingen van kunstmatige intelligentie komen allemaal uit China en een aantal andere Aziatische Landen. Hoe gaat dat in Nederland? Voor zover Haselager dit als wetenschapper kan zien, lopen we op het gebied van hardware, netwerkontwikkeling en techniek achter op China, alsook op de VS.

‘Maar als gaat om de toepassingen van kunstmatige intelligentie, durf ik dat niet zo te stellen. Het feit is dat vooral de maatschappelijke kaders in Nederland, en ook in de rest van Europa, echt anders zijn dan in China (en ook dan in de VS). In Europa geldt bijvoorbeeld op het gebied van privacy een veel betere bescherming. In onze democratie hebben we een aantal basisrechten die niet zomaar buiten werking gesteld kunnen worden, al zie je dat nu wel onder druk staan (zie Hongarije bijvoorbeeld).’

‘Ook in Nederland zijn we minder ver van de Chinese manier verwijderd dan we misschien willen geloven. Op dit moment wordt in Nederland al met gezichtsherkenning geëxperimenteerd. De infrastructuur daarvoor is aanwezig, denk aan de camera’s langs de snelweg. Het is verleidelijk, zeker nu, om goede redenen te zien waarom het nuttig is om daar gezichtsherkenning aan te koppelen. En een database met iedereen die (mogelijk) besmet is. Dan zijn we niet ver van het beboeten van mensen die om verspreidingsredenen de straat niet op mogen.’

‘Hetzelfde geldt voor de koppeling van gezichtsherkenning aan geautomatiseerde thermometers of mogelijk zelfs thermocamera’s. Stel dat je daar langsloopt en de camera registreert dat jij lichte verhoging hebt die kan duiden op koorts - en dus besmetting. Dan heb je zo de volgende dag een thuisblijfbevel in je brievenbus. Wellicht nuttig in tijden van besmettingsgevaar, maar wat wordt de volgende toepassing van zo’n controle systeem?’

Controle

‘Controle wordt vaak uitgebreid in tijden van crisis. Vanuit de gedachte dat dat nu nodig is, accepteren we sneller dat onze vrijheden tijdelijk ingeperkt worden. Kunstmatige intelligentie biedt de mogelijkheid om veel nauwgezetter te controleren dan voorheen. Maar het is niet duidelijk wanneer deze versterkte controle weer teruggedraaid wordt. Als de infrastructuur er eenmaal ligt, is die makkelijk weer van stal te halen bij een nieuwe aanleiding. En dat is natuurlijk verleidelijk. En waar zit überhaupt de uitknop? Wie beheert die? Dat is de prijs die je als samenleving betaalt voor de middelen die je inzet. En die kan voor de democratieën in Europa op langere termijn minstens zo groot zijn als de medische problemen die we nu ervaren.’

‘Wat dat betreft is kunstmatige intelligentie soms net een soort cirkelzaag in de handen van kinderen. Gebruikers en zelfs ontwikkelaars snappen soms maar weinig van wat we precies in handen hebben, en wat de mogelijke gevolgen ervan zijn. Ook de frontlinie van de wetenschap rondom kunstmatige intelligentie worstelt daarmee. Het is krachtige techniek, maar we zijn niet altijd in staat tot betekenisvolle controle. Daar moeten we voor zorgen. Maar ook het ontdekken van die kanten van kunstmatige intelligentie zie ik als een positieve ontwikkeling.’

Wie drukt er na de crisis op de uitknop?