‘De natuur als model, mentor en maatstaf voor innovatie’

Saskia van den Muijsenberg is een van de oprichters van biomimicryNL, dat dit jaar zijn tienjarig bestaan viert. Daarvoor werkte ze langere tijd bij het team Gamechanger van Shell: de club die radicale innovatie begeleidt door te helpen bij het ontwikkelen van bijzondere en impactvolle ideeën. Totdat er niet zozeer ideeën nodig waren, maar meer oplossingen voor een groeiende berg aan uitdagingen.

Saskia van den Muijsenberg, een van de oprichters van biomimicryNL

‘Op een gegeven moment kwamen mensen steeds vaker met uitdagingen waarvoor een oplossing gevonden moest worden. Ik heb een innovatieworkshopprogramma opgezet om gezamenlijk op nieuwe ideeën te komen. Zo kwam ik in aanraking met biomimicry: waar we bij product- en procesontwerpen ideeën en principes ontlenen aan voorbeelden uit de natuur. Met het team volgden we er een workshop over. Ik was daar toen zó van onder de indruk. Er zit een enorm innovatiepotentieel in de natuur. Ik dacht: hier moeten we iets mee.’ Saskia besloot te vertrekken bij Shell en met een aantal anderen biomimicryNL op te richten.

BiomimicryNL

Naar de natuur kijken om ideeën op te doen is iets dat van oudsher al gebeurd. Zoals boeren die aan het gedrag van hun vee kunnen afleiden wat de weersverwachting is. De laatste jaren is er wel steeds meer aandacht voor de natuur als inspiratiebron voor duurzame innovaties. Daar zet biomimicryNL zich voor in: ‘Toen we biomimicryNL oprichtten, was ons doel om Nederland bekend te maken met biomimicry en wat je ermee kunt. Als organisatie doen we vier dingen. Een belangrijk onderdeel is bewustmaking, bijvoorbeeld door gastcolleges en presentaties. Daarnaast focussen we op educatie, in de vorm van lespakketten voor basisonderwijs tot universiteit, en van trainingen voor organisaties. Ook willen we een netwerk opbouwen, zodat mensen die hierin geïnteresseerd zijn elkaar beter kunnen vinden. En tot slot helpen we organisaties biomimicry te implementeren.’

‘Er zit een enorm innovatiepotentieel in de natuur.’

Biomimicry en innovatie

Waarom zouden we biomimicry in willen of moeten zetten bij innovaties? Saskia: ‘Je moet biomimicry niet inzetten als je alleen wilt innoveren om te innoveren. Want biomimicry bevat ook een ethische component.’ Neem bijvoorbeeld klittenband: geïnspireerd door de natuur, maar voor de productie daarvan zijn fossiele brandstoffen en chemicaliën nodig.

‘Wij vinden dat je niet alleen naar de vorm moet kijken. Als je biomimicry écht serieus neemt, is je innovatie ook duurzaam. Dat zou je inspiratie moeten zijn. In het voorbeeld van klittenband is op vormniveau naar de natuur gekeken, maar op proces- en systeemniveau niet. Op systeemniveau is de circulaire economie een mooi voorbeeld van biomimicry, dat is gebaseerd op natuurlijke kringlopen. Daar kunnen we veel van leren.’

‘Als je biomimicry écht serieus neemt, is je innovatie ook duurzaam.’

Voorbeeld: Tapijttegelbedrijf Interface

Tapijttegelbedrijf Interface is een van de bekendste voorbeelden hoe biomimicry kan leiden tot duurzame innovaties. Eind jaren ‘90 stelde het bedrijf zichzelf het doel om in 2020 geen negatieve impact meer op het milieu te hebben. In een denktank met vertegenwoordigers van onder andere Cradle2Cradle en biomimicryNL hebben ze een aantal doelstellingen gesteld, geïnspireerd door de natuur. De natuur leerde het bedrijf enkele belangrijke lessen:

  1. Een (bos)vloer hoeft niet overal hetzelfde te zijn om er mooi uit te zien:

    Interface trok samen met hun eigen ontwerpteam het bos in, om de bosvloer met eigen ogen te aanschouwen en te vergelijken met hun product: tapijttegels. ‘Daar zagen ze dat een bosvloer niet overal hetzelfde hoeft te zijn om er mooi uit te zien. Terwijl tot dan toe alle tapijttegels precies dezelfde kleur moesten hebben. Doordat niet alles er hetzelfde uit hoeft te zien, hebben ze geen productiefouten meer. Dat is een groot succes: het is duurzamer en het scheelt in de kosten.’

  2. Tapijttegels kun je vastmaken aan de vloer, zoals gekko’s op muren klauteren:

    ‘Iets anders waar ze van af wilden was de lijm die nodig is om tapijttegels aan de vloer vast te maken. Daarin zitten giftige stoffen en de lijm maakt het moeilijk de tegels te recyclen. Interface raakte geïnspireerd door de manier waarop gekko’s tegen muren op kunnen lopen. Die hebben miljoenen kleine haartjes onder hun poten. Interface gebruikt nu een vergelijkbaar mechanisme dat je op de hoeken van tapijttegels kunt vastmaken, waardoor ze samen een stuk zwaarder worden. De zwaartekracht houdt de tegels dan op hun plek in de plaats van lijm.’

  3. Je kan net als de natuur werken met wat in overvloed voorradig is:

    Wat is er in overvloed? Visnetten op de bodem van de oceaan. Het sterke nylon waarvan die zijn gemaakt is een goede basis voor tapijttegels. Nu werkt Interface samen met vissers op de Filipijnen die in plaats van vis vangen nu gezonken visnetten ophalen, die ze aan Interface kunnen verkopen.

  4. Factory as a forest:

    Bij Interface willen ze dat hun fabrieken dezelfde output opleveren als natuurlijke ecosystemen. Het idee: een bos levert ecosysteemdiensten, zoals CO2-opslag, waterzuivering, luchtzuivering en bodemvruchtbaarheid. Hun fabrieken moeten hetzelfde gaan doen, zodat ze functioneel de plek van een bos in kunnen nemen.

Het resultaat? In november vierde Interface dat ze helemaal geen negatieve impact meer hebben!

Overheidssteun

Saskia had verwacht dat biomimicry sneller omarmt zou worden door het bedrijfsleven. De enthousiaste reacties kwamen wel, maar in de praktijk blijkt de industrie het concept van biomimicry nog niet zo makkelijk te adopteren. Dat komt deels omdat voor dergelijke innovaties biologische kennis nodig is, die niet iedereen in huis heeft. Daarnaast zit er altijd een financieel aspect aan innovaties: ‘Voor biomimicry geldt hetzelfde als voor andere innovaties, je hebt investeringen nodig en bedrijven moeten de noodzaak voelen om te innoveren.’

De overheid kan daarbij een belangrijke rol spelen. ‘In Duitsland zijn ze een stuk verder, omdat de Duitse overheid er daar al jarenlang veel meer in investeert. Zo kunnen bedrijven er laagdrempeliger mee kennismaken. Die aanjaagfunctie van de overheid is nodig om biomimicry meer van de grond te krijgen.’

‘Biomimicry kan niet alleen helpen met technologische innovaties, maar ook met transities. Alles wat nog leeft, leeft alleen nog omdat het zich constant heeft leren aanpassen aan veranderende omstandigheden. Daar zit heel veel kennis en wijsheid.’

De rol van de overheid kan breder zijn dan het aanjagen van investeringen. ‘Er komt bijvoorbeeld een nationale klimaatadaptatiestrategie aan. Daarin wordt wel gekeken naar hoe we met de natuur kunnen samenwerken, maar niet wat we van de natuur kunnen leren. Terwijl al die natuurlijke ecosystemen zich al miljoenen jaren weten aan te passen aan klimaatverandering. Biomimicry kan niet alleen helpen bij technologische innovaties, maar ook bij transities. Alles wat nog leeft, leeft alleen nog omdat het zich constant heeft leren aan passen aan veranderende omstandigheden. Daar zit heel veel kennis en wijsheid.’

Tot slot

‘In biomimicry zien we de natuur als een model voor innovatie: iets waar je inspiratie uit kunt halen. En we zien haar als een mentor, een leermeester. In sommige gevallen zien we de natuur zelfs als maatstaf voor wat je als bedrijf zou moeten opleveren, zoals zuivere lucht en CO2-opslag.’ Saskia’s grootste droom is dat ‘de natuur om advies vragen een standaardonderdeel van onze innovatiepraktijk wordt. Veel behoeften die wij hebben, hebben talloze planten en dieren ook. Zij ontwikkelden met veel minder energiegebruik en zonder afval, oplossingen voor die behoeften. Een duurzame wereld bestaat al, we hoeven alleen maar onze ogen te openen en te zien welke lessen de natuur ons leert.’