Nederlandse investeringen in innovatie nemen toe

De investeringen van Nederland in onderzoek en innovatie nemen toe, blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut. Vooral in instituten voor toegepast onderzoek zoals TNO en Wageningen Research wordt meer geïnvesteerd. Maar het kan altijd beter: Nederland loopt nog achter op andere westerse EU-landen. Wel hebben Nederlandse onderzoekers relatief veel profijt van EU-financiering voor innovatie.

De Nederlandse overheidsinvesteringen in onderzoek en innovatie nemen toe. Waar Nederland in 2017 nog €5 miljard in research & development investeerde, was dat in 2018 €5,6 miljard. Dat concludeert het Rathenau Instituut in het rapport ‘Total Investment in Research & Innovation 2017-2023’ (TWIN).

Tussen 2017 en 2023 zullen de investeringen in onderzoek en innovatie met 11 procent groeien, voorspelt het Rathenau. In een voorgaand onderzoek verwachtte het onderzoeksinstituut nog dat de stijging 2,6% zou zijn, maar dankzij de extra investeringen die in het coalitieakkoord van 2017 zijn voorzien, valt dat percentage hoger uit.

Meer geld naar TO2-instituten

Mede dankzij de extra voorziene investeringen in het coalitieakkoord is voor het eerst sinds 2010 ook de financiering van zogenaamde TO2-instuten (Toegepast Onderzoek Organisaties) toegenomen. Nadat de investeringen jarenlang afnamen, zullen ze tussen 2017 en 2023 naar verwachting met 16 procent toenemen.

Een van de manieren waarop de overheid investeert in innovatie, is door innovatief ondernemen te ondersteunen. Het idee daarachter is dat ondernemers van innoverende bedrijven zorgen voor economische groei en meer werkgelegenheid. Op die manier kon de bedenker van Sheltersuit bijvoorbeeld mee op RVO-innovatiemissie naar New York, om daar nieuwe contacten te leggen. Maar de overheid stimuleert bijvoorbeeld ook missiegedreven innovatie door middel van de topsectoren, en helpt baanbrekende Nederlandse innovaties zoals IE-exposant Ioniqa, hun ambities te bereiken middels de Nationale Iconen wedstrijd.

In de achterhoede van West-Europa

Nederland investeert steeds meer in innovatie, maar we lopen nog achter op andere West-Europese landen. Tussen 2014 en 2017 hebben de overheid, de zakelijke sector en andere investeerders gezamenlijk 2,0% van het BNP geïnvesteerd in onderzoek en innovatie. Die investeringen zijn in lijn met het gemiddelde van alle EU-landen, maar lager dan landen vergelijkbaar met Nederland, zoals Duitsland, Zwitserland en de Scandinavische landen.

Nederland heeft als doel om in 2020 2,5% van het BNP in innovatie te investeren. Om dit te halen zullen de publieke én zakelijke sector meer moeten investeren, stelt het Rathenau Instituut. Als de verhouding in investeringen tussen deze twee sectoren hetzelfde blijven, betekent dat dat de overheid jaarlijks €1,3 miljard meer zou moeten investeren, bovenop de €500 miljoen die al is begroot.

EU-investeringen

Een groot deel van de financiering voor Nederlandse innovaties komt van onze eigen overheid, maar de Europese Unie gaat hier ook een steeds grotere rol in spelen. Onderzoekers binnen Nederlandse Intituten hebben tot dusver meer dan €3 miljard financiering gekregen uit het EU Horizon 2020 Framework Programme (gemiddeld tussen de €600 miljoen en €700 miljoen per jaar).

Zo kreeg een onderzoeksproject waaraan onderzoekers van de KNAW en Radboud Universiteit meewerken een subsidie van bijna €4 miljoen. In het project worden jonge onderzoekers getraind om de mogelijkheden van big data volledig te benutten. De onderzoekers leren zo hoe ze welzijnsstelsels kunnen voorbereiden op grote maatschappelijke veranderingen, zoals vergrijzing, immigratie en groeiende mobiliteit. De Nederlandse scheepswerf Damen uit Gorinchem kreeg een subsidie van meer dan €15 miljoen voor het ontwikkelen van duurzame schepen en Wageningen Research haalde €5 miljoen binnen om uit te zoeken hoe we ons drinkwater kunnen beschermen tegen vervuiling door pesticiden.

Meer weten?

Benieuwd welke Nederlandse projecten verder EU-subsidies binnenhaalden? Bekijk het op de website van Horizon2020. En lees hier het hele TWIN-rapport van het Rathenau Instituut.