Early warning: omgaan met verandering

De toekomst is haast niet te voorspellen, maar als overheid in veranderende omstandigheden moet je de toekomst wel verkennen. Het Early warning project helpt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat inzicht te krijgen in de trends en ontwikkelingen van de toekomst. Projectleider Eke Joustra: ‘Het is belangrijk dat we ook de lange termijn in de gaten houden en daarbij verder vooruit kijken.’

Early warning gaat over het signaleren van verandering. Het zijn signalen die op dit moment misschien nog niet groot of impactvol zijn, maar kunnen wijzen op een grotere aanstaande ontwikkeling.

Het Early Warning project loopt nu vier jaar. In die tijd jaar hebben Joustra en haar collega’s jaarlijks interviews afgenomen met experts en professionals op verschillende terreinen (politiek-institutioneel, economie, social, technologie, environment, legal en demografie). ‘We vragen hen wat zij signaleren in hun expertisegebied en wat daarvan de gevolgen kunnen zijn voor het ministerie.’ De uitkomsten van deze interviews worden intern gedeeld en kunnen meegenomen worden in de beleidsvorming.

Soft signals

Daarbij pikken ze vooral “soft signals” op: geen harde data, maar signalen die op trends en ontwikkelingen duiden. ‘Bij de signalen is het  niet altijd zo dat we er nu meteen iets mee moeten of kunnen. Maar de signalen laten wel zien welke opgaven we in de toekomst hebben.’

Zo kwam sociale vervoersarmoede als signaal uit een aantal van de interviews naar voren. ‘Mobiliteit is vaak een vrij technisch vraagstuk, maar dit gaat over de sociale kant ervan. Als mensen fysiek niet in staat zijn om met de fiets of het ov te gaan, het niet kunnen betalen of niet digitaal kunnen meekomen met reisplanners en dergelijke, dan raken ze opgesloten in hun wijk. Welke gevolgen heeft dat en hoe kunnen wij daar als ministerie iets aan doen? Je kunt heel technisch nadenken over mobiliteitsbeleid en -innovaties, maar ze moeten ook landen. In de early warnings komt die maatschappelijke kant van beleid en innovatie vaak naar voren.’

Urgentie en impact

Joustra en haar collega’s halen zo’n 60 signalen per jaar op. ‘Daarmee weten we zeker niet alles, maar het geeft wel een beeld van wat er speelt en gaat spelen. Als we bijvoorbeeld signaleren dat een bepaalde leeftijdsgroep heel anders gaat werken, anders omgaat met mobiliteit, met duurzaamheid of met elkaar, dan heeft dat gevolgen voor hoe wij goed beleid maken. De gevolgen van die signalen zijn vandaag of morgen misschien nog niet merkbaar, maar we moeten er wel al over nadenken of er in onze beleidsvorming op anticiperen.’

Innovatiebeleid

Juist omdat de signalen zó op de toekomst gericht zijn, moet er innovatief worden gereageerd. Hoe kun je met vernieuwend beleid en vernieuwende technologieën nu al inspelen op de uitdagingen van morgen? ‘Het team van de Innovatie Expo is nauw betrokken bij dit project en vanuit innovatie-oogpunt wordt veel gekeken naar de thema’s die naar voren komen.’

Heden, toekomst en verleden

Het early warning project zegt veel over huidige ontwikkelingen en biedt stof tot nadenken over de toekomst, maar ook het verleden speelt er een rol in. ‘Iets opvallends wat dit jaar naar voren is gekomen, is de verhouding tussen emoties en feiten. Als je naar de geschiedenis kijkt werden beslissingen vroeger meer gebaseerd op emoties, stellingen en redeneringen en later meer op wetenschappelijk onderzoek en feiten. Sinds kort zie je dat er weer een omkeer is. Wetenschap wordt ontkend en gebagatelliseerd door in te spelen op emoties. Het is dus ook belangrijk om terug te kijken naar het verleden om bewegingen en ontwikkelingen in de toekomst te kunnen begrijpen en plaatsen.’

Blik van buiten naar binnen

'Voor het ministerie zijn de signalen een blik van buiten naar binnen', legt Joustra uit. Daarom worden voor de interviews ook juist mensen buiten de departementen gezocht en wordt niet alleen gesproken met de usual suspects. ‘De early warnings leveren een stukje van de puzzel op, zodat we op langere termijn beter in beeld krijgen wat er mogelijk kan gaan spelen en een breder perspectief krijgen op de samenleving. De signalen moeten mensen op ons ministerie aan het denken te zetten: hoe zou dit signaal effect kunnen hebben op mijn werk? De resultaten worden intern gedeeld. De belangrijkste thema’s worden verder uitgediept. Zo wordt er nu nader onderzoek gedaan naar het begrip sociale vervoersarmoede.’