‘Adaptief plannen is niet sexy voor de kiezer’

Hoe zit het over 20, 30 of 40 jaar met de bevolkingsgroei? En met migratie? Zet de trek naar steden door? Groeit de economie nog net zo hard? Wat zijn de gevolgen van klimaatverandering? En hoe ontwikkelt verkeersveiligheid zich in de toekomst? Vincent Marchau is hoogleraar Onzekerheid en Adaptiviteit van Maatschappelijke Systemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en houdt zich bezig met planningen voor mobiliteit, innovaties en ruimte op de lange termijn. Hij legt uit hoe de onzekere ontwikkeling van de toekomst invloed heeft op innovatiebeleid dat nu gemaakt wordt.

We weten niet goed wat mensen in de toekomst belangrijk gaan vinden en welke beslissingen ze gaan maken, stelt Marchau. Het klassieke voorbeeld daarvan is de smartphone. ‘In 1999 zeiden mensen: wat moet ik met een mobiele telefoon? Ik heb toch een antwoordapparaat. In 20 jaar tijd is wat dat betreft een hele nieuwe wereld ontstaan en zijn we helemaal ingesteld op het gebruik van smartphones. Dat laat zien hoe snel ontwikkelingen kunnen gaan, hoe onvoorspelbaar ze kunnen zijn en hoe ze in alle haarvaten van de samenleving kunnen doordringen.’

Toekomstscenario's

Beleidsmakers proberen die toekomst in kaart te brengen door mogelijke scenario’s te schetsen. ‘We denken dat we dan weten wat er kan gebeuren, maar in praktijk gebeuren er toch vaak onverwachte dingen. Zo zie je nu bijvoorbeeld dat er op bepaalde plekken meer of juist minder files bij komen dan werd verwacht. Daardoor worden er infrastructurele aanpassingen gepland die in de toekomst niet juist blijken te zijn. Als je onzekerheden niet of beperkt meeneemt, smijt je mogelijk geld over de balk.’

Adaptief plannen

Een relatief nieuwe manier om onzekerheden in hun volle omvang mee te nemen is adaptief plannen. Hierbij proberen beleidsmakers de toekomst niet van tevoren in te perken aan de hand van een paar scenario’s, maar zich juist voor te bereiden op allerlei mogelijke toekomsten die zich zouden kunnen voordoen door de hulp van wetenschappers zoals Marchau in te schakelen. ‘De wetenschap is in staat een veel groter aantal toekomstscenario’s te schetsen. Je voorbereiden op ontwikkelingen doe je niet door je vast te leggen, maar door adaptief en flexibel te plannen en als het nodig is beleid bij te sturen. Een simpel voorbeeld uit de praktijk is het maken van ruimtelijke reserveringen. Je reserveert ruimte, bijvoorbeeld om een weg uit te breiden. Maar je breidt pas uit als het echt nodig is. Je spreekt van tevoren af wanneer dat is en houdt in de gaten hoe de toekomst zich ontwikkelt.’

Niet sexy

Toch blijkt dat politiek gezien lastig. ‘Politici willen vaak graag iets fysieks neerzetten. Het probleem met adaptief plannen is dat je iets “misschien” gaat doen in de toekomst. Dat is niet zo sexy voor de kiezer als een concreet plan zoals het bouwen van een brug of tunnel.’ Daardoor is beleid geregeld nog gericht op specifieke en tastbare maatregelen. ‘De gemeente Amsterdam lijkt nu helemaal in te zetten op elektrisch vervoer. Zo zetten ze een stip op de horizon: dit moet het worden in de toekomst. Maar er zijn allerlei onzekerheden, bijvoorbeeld over de prijsontwikkeling van elektrische voertuigen, of inwoners dit (in 2030) wel willen, steun van regionale en nationale overheden, et cetera. Een dergelijk idee vraag om een adaptieve aanpak waarin deze - en allerlei andere - onzekerheden meegenomen worden en voorbereidingen worden getroffen om met deze onzekerheden om te gaan.’

Een integrale aanpak

Daarom vraagt adaptief plannen om een heel ander discours. Een integrale, lange termijn aanpak, waarin verschillende onzekerheden worden meegenomen. ‘Die manier van denken wordt al toegepast in de waterwereld. Nederland is groot geworden met adaptief deltamanagement. Daar is geaccepteerd dat men niet weet hoe klimaatverandering zich gaat ontwikkelen of welke eisen we over 20 jaar aan de waterveiligheid stellen. Om hiermee om te gaan wordt een adaptieve aanpak uitgevoerd, los van de politieke waan van de dag, zodat men klaar is om maatregelen aan te passen als dat nodig is.’

Militaire aanvalsstrategie

Die strategie is behalve op beleid, ook toepasbaar op innovatie. ‘Ook bij innovatie moet je experimenteren en vooraf dingen afspreken. Je moet bedenken: bij welk niveau van kennis en ervaring over een innovatie gaan we dan handelen? En hoe gaan we handelen? Het is haast een militaire aanvalsstrategie, gebaseerd op allerlei veronderstellingen van hoe de toekomst zich zou kunnen ontwikkelen en hoe we hierop kunnen anticiperen.’

Daarbij moet je er nooit van uitgaan dat iets niet zal gebeuren, vindt Marchau. ‘Want je weet het nooit zeker. Je kunt beter zeggen dat je er niet vanuit gaat dat het gebeurt. In het dagelijks leven doen we dat vaak al. Als we een zorgverzekering afsluiten, nemen we bepaalde aanvullende pakketten niet omdat we ervan uitgaan dat dingen ons niet zullen overkomen.’

Toekomstbestendig innoveren

‘Heel langzaam wordt er al meer op deze manier gedacht. Maar het vraagt bijna een cultuurverandering in de besluitvorming. Ik denk dat we in Nederland qua innovatiekracht nog een hoop kunnen doen. Er is veel kennis en kunde in huis. Maar om beleid te ontwikkelen om toekomstbestendig te kunnen innoveren, is onder andere een nauwere samenwerking tussen wetenschap en beleid nodig. Wetenschappers kunnen beleidsmakers helpen bij het maken van toekomstbestendigere beslissingen.’