Hans Huis in ’t Veld: ‘Als Topsector Water & Maritiem hebben we veel met klimaatadaptatie te maken’

Nederland staat op het gebied van handel en industrie aan de wereldtop. Om te kunnen blijven concurreren en economische groei mogelijk te maken, investeert Nederland in negen sectoren waarin we wereldwijd toonaangevend zijn: de topsectoren. Maar wat houden die topsectoren precies in? En waar werken ze aan? We vroegen het aan Hans Huis in ’t Veld, boegbeeld van Topsector Water & Maritiem.

Als boegbeeld van Topsector Water & Maritiem is Hans Huis in ’t Veld sinds 2012 het gezicht van de topsector. Het is zijn rol om partijen te verbinden. Hij werkt samen met medewerkers van de ministeries van Economische Zaken & Klimaat en Infrastructuur & Waterstaat, CEO’s uit het bedrijfsleven en verschillende directeurs-generaal van onder andere Water en Rijkswaterstaat. Ook onderzoeksinstellingen als het Maritime Research Institute Netherlands, Wageningen University & Research en TNO hebben invloed op het innovatiebeleid van Nederland.

De gouden driehoek

‘Bij iedere topsector, dus ook bij Water & Maritiem, geldt dat we proberen de gouden driehoek van kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheden zoveel mogelijk met elkaar te verbinden om innovaties te versnellen’, legt Huis in ’t Veld uit. In de laatste jaren is deze samenwerking met kennisinstellingen versterkt, vertelt hij. ‘Er is lang bezuinigd op het budget van die instellingen, maar we hebben gelukkig kunnen aantonen dat dat onverantwoord was en dat hun kennis nodig is om sneller en beter te ontwikkelen en innoveren.’

Ruimte voor innovatie

Bij veel projecten binnen de topsectoren is de overheid opdrachtgever, waardoor projecten zó in de markt gezet kunnen worden dat er ruimte is voor innovatie. Zoals bij de Marker Wadden, waar natuureilanden worden aangelegd met zand, klei en slib uit het Markermeer. Op de Marker Wadden wordt een ‘Building with Nature’-filosofie toegepast, waarbij natuurlijke elementen zoals wind, stroming, flora en fauna benut worden binnen het waterbouwkundig ontwerp. Als Living Lab leveren de Marker Wadden veel kennis op die bijdraagt aan innovaties.

‘Hetzelfde geldt voor de Zandmotor’, legt Huis in ’t Veld uit. Deze innovatie is een succesvol uitvloeisel van de Innovatie-estafette van 2011. ‘De Zandmotor is een schiereiland dat voor de kust is aangelegd om te onderzoeken of de natuur het zand voor ons langs de kust kan verspreiden en zo kan zorgen dat het westen van Nederland niet onder water komt te staan. Maar ook de maritieme sector heeft de overheid als launching costumer wanneer we kijken naar de vernieuwing van de defensievloot. Uiteindelijk willen we dat Nederland zich internationaal met zulke vernieuwing kan profileren.’

Focus op klimaat

Waar de topsectoren in het begin vooral gericht waren op economische vooruitgang en de positie van Nederland op de internationale markt, is de nadruk de laatste jaren meer verschoven naar het werken aan oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering. ‘De zeespiegel stijgt en het land wordt steeds droger, dus als Topsector Water & Maritiem hebben we veel met klimaatadaptatie te maken. Binnen de maritieme sector hebben we te maken met CO2-uitstoot, daar wordt ook veel onderzoek naar gedaan.’

Maritiem, delta en water

Zo stimuleert Topsector Water & Maritiem bijvoorbeeld onderzoeksprogramma’s naar schonere, slimmere en veiligere schepen, en naar technologische oplossingen om op zee energie en grondstoffen te winnen. Zulke onderzoeken vallen onder het thema maritieme technologie, één van de drie subsectoren van Topsector Water & Maritiem, naast deltatechnologie en watertechnologie. ‘Klimaatverandering heeft invloed op al die thema’s. Binnen het thema deltatechnologie stimuleren we onder andere onderzoek naar hoe kusten en rivieren op een milieuvriendelijke manier zó kunnen worden aangepast dat ze ons beschermen tegen overstromingen. En watertechnologie gaat onder meer over het vinden van oplossingen voor de verlaging van de grondwaterstanden, wat ervoor zorgt dat drinkwaterwinning moeilijker wordt. Maar er wordt ook flink onderzoek gedaan naar energie uit water.’

Missiegedreven beleid

Op dit moment bewegen de topsectoren zich steeds meer richting missiegedreven beleid, legt Huis in ’t Veld uit. Dat betekent dat de topsectoren meer onderling de samenwerking opzoeken. Binnen het Missiegedreven Innovatiebeleid ligt de focus op vier maatschappelijke thema’s: Landbouw, Water & Voedsel, Gezondheid & Zorg, Energietransitie & Duurzaamheid, en Veiligheid.

Alle topsectoren hebben missies geformuleerd, die in april naar de Tweede Kamer zullen gaan. ‘Als Topsector Water & Maritiem hebben we een aantal missies onder het thema Landbouw, Water en Voedsel. Daar werken we bijvoorbeeld aan een schonere Noordzee en Nederland een veilige delta te houden. Maar met sommige projecten vallen we ook onder het thema Veiligheid, als het gaat om de marine bijvoorbeeld. Of onder het thema Energie, als we het hebben over het winnen van offshore windenergie.’

De missies kun je zien als doelstellingen, legt Huis in ’t Veld uit. ‘Bij het maken van missiegedreven beleid is het belangrijk dat maatschappelijke uitdagingen meer leidend zijn dan economische doelen. Door antwoorden te vinden op maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, en te werken aan een circulaire economie en de energietransitie, willen we ook economisch sterk blijven.’

Nieuw boegbeeld

In juni van dit jaar zal Huis in ’t Veld zijn functie als boegbeeld overdragen aan Annemieke Nijhof, voormalig directeur-generaal Water bij het toenmalige ministerie van Infrastructuur & Milieu, CEO van advies- en ingenieursbureau Tauw, en programmaraadslid van de Innovation Expo 2018. Terugkijkend op zijn tijd als boegbeeld is Huis in ’t Veld vooral trots op de samenwerking tussen de verschillende partijen, vertelt hij. ‘Ik hoor dat ook terug van partijen uit bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen. Ik ben ook heel blij dat de toekomst van de kennisinstellingen veilig is gesteld. En we hebben een aantal mooie proeftuinen en pilotprojecten opgezet, waar het bedrijfsleven internationaal gebruik van kan maken.’