Het prijskaartje van de circulaire economie

De regering streeft naar een circulaire economie in 2050. Waarom is dat eigenlijk zo? Wat is er voor nodig om dat doel te bereiken? En gaat deze ontwikkeling niet ten koste van innovatie en economische groei? Vakblad voor economen Economisch Statische Berichten (ESB) zocht het uit.

Nederland wil het grondstoffengebruik verminderen en de welvaart vergroten. De circulaire economie lijkt het antwoord, stellen onderzoekers Sjak Smulders, Reyer Gerlagh en Sophie Zhou in ESB. Maar wil Nederland echt circulair worden, dan moet dat niet alleen overgelaten worden aan de markt. De overheid moet hier een coördinerende en stimulerende rol in spelen.

Bedrijven kunnen zelf beslissen

Als bedrijven besluiten materialen te hergebruiken, kan dat kosten besparen, leggen de onderzoekers uit. Maar hergebruik kan ertoe leiden dat de kwaliteit van producten achteruitgaat en daardoor de opbrengst vermindert. Daarnaast is voor efficiënt en effectief hergebruik veel afstemming nodig tussen partijen die afval produceren, inzamelen en voor hergebruik verwerken. Idealiter zou een producent al bij het ontwerp van een product het hergebruik moeten inplannen. Het probleem is alleen dat dit vaak niet in het belang van het bedrijf zelf is. Want als de hergebruiker een ander bedrijf is, wat levert het jouw bedrijf dan op? Om het lucratief te houden, zouden productie, inzameling en hergebruik binnen hetzelfde bedrijf moeten gebeuren. Maar dat is vaak niet haalbaar.

Standaarden en heffingen

Realistischer is het dat de overheid standaarden oplegt die ervoor zorgen dat producten hergebruikt kunnen worden en dat de grondstoffen eenvoudig kunnen worden teruggewonnen, stellen Smulders, Gelagh en Zhou. Daarnaast zouden heffingen ingevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld op plastic in producten. Producenten die aantonen dat ze ervoor zorgen dat het plastic in hun producten niet in het milieu terechtkomt, kunnen dan ontheffing krijgen. Zo wordt de industrie geprikkeld om zelf effectief te gaan recyclen.

De rol van innovatie

Welke rol speelt innovatie in dit proces? Innovatie stopt niet bij een kringloopeconomie, geloven Smulders, Gerlagh en Zhou. Juist niet: om circulair te worden is innovatie in producten en het productieproces ontzettend belangrijk. Maar innovatie kost ook geld. Bedrijven die meer circulair willen worden, willen dat vaak alleen als dat geld oplevert. Daarom is de sturende rol van de overheid essentieel, stellen de schrijvers. Als de overheid de markt vergroot, kunnen meer bedrijven innovatie circulaire oplossingen bedenken en uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan een afvalheffing om de markt voor afvalbesparende technologieën te vergroten.

Innovaties die zorgen voor minder grondstofgebruik, gaan ten koste van andere technologische vooruitgang. Geld kan immers maar één keer geïnvesteerd worden. En mogelijk staan verschillende circulaire innovaties elkaar in de weg: de verbetering van hergebruik kan leiden tot meer materiaalgebruik, en andersom kan de vermindering van materiaalgebruik betekenen dat producten minder herbruikbaar zijn. Beleid dat beide soorten vernieuwing stimuleert, kan een oplossing voor dit probleem bieden.

De kringloopeconomie als nieuwe norm

Om de kringloopeconomie tot de nieuwe norm te maken, moet de overheid grondstofgebruik en productie van afval te beprijzen. Daarnaast moet ze een coördinerende rol spelen bij de transitie naar een circulaire economie. Een kringloopeconomie gaat niet ten koste van innovatie op zich. Maar de investeringen van bedrijven om de kringloop mogelijk te maken gaan ten koste van investeringen in andere innovaties, verwachten Smulders, Gerlagh en Zhou. Er hangt een prijskaartje aan de kringloopeconomie, maar dat betekent zeker niet het einde van de economische groei.

Lees het artikel van Smulders, Gerlagh en Zhou op de website van ESB.