Allerd Stikker: Code oranje voor het leven op aarde

Allerd Stikker was lange tijd topman in het Nederlandse en internationale bedrijfsleven. In 2016 sprak hij op de Innovation Expo over "13,7 miljard jaar innovatie". De ideeën die hij daar deelde heeft hij uitgewerkt en uitgebracht in een essay: "Code oranje voor het leven op aarde", waarin hij de innovatie-explosie in het perspectief van de evolutie plaatst.

Stikker (Noordwijkerhout, 1928) studeerde scheikunde aan de Technische Hogeschool van Delft. Na jaren bij onder andere Akzo en RSV te hebben gewerkt, stortte hij zich na zijn pensioen op het onderzoeken van en schrijven over ecologie en innovatie. Voor de IE2016 werd hij daarom gevraagd om innovatie in een breder kader te plaatsen. ‘Dat kader is uiteindelijk héél ruim geworden. Voor mijn lezing op de Innovation Expo begon ik ideeën die ik al langer had te concretiseren. Dat is uiteindelijk de basis geworden voor mijn essay.’

In het essay "Code oranje voor het leven op aarde" vraagt Stikker zich af hoe het komt dat de grote innovaties uit menselijk vernuft zoveel bijgedragen hebben aan de welvaart van de wereldbevolking, maar achteraf zoveel schade aanbrengen aan de natuur waarin en waarvan deze wereldbevolking moet leven. Wat kunnen we in onze hedendaagse innovaties leren van het evolutieproces?

Evolutie en innovatie

Stikker ziet het evolutieproces als een continu innovatieproces. Daarbij onderscheidt hij 4 baanbrekende innovaties: het ontstaan van het atoom 13,7 miljard jaar geleden, van het leven 3 miljard jaar geleden, van organismen 700 miljoen jaar geleden en van de zelfbewuste homo sapiens 200.000 jaar geleden. Onverwachte en onvoorspelbare ontwikkelingen. ‘Niemand weet hoe, maar het atoom is ontstaan. Hetzelfde geldt voor leven: we weten dat er voedsel en voortplanting voor nodig is, maar wat ís leven? Dat is ongrijpbaar.’

Grote innovatiesprongen

Er zit steeds minder tijd tussen de grote innovatiesprongen in de evolutie, ziet Stikker. Een volgende grote innovatiesprong is niet ver weg, gelooft hij. ‘Toen het atoom bestond, en verder niets, kon je ook niet voorspellen dat er een cel zou ontstaan. En bewustzijn is totaal uit de lucht komen vallen. Natuurlijk, het is speculatie. Maar volgens mij zit een volgende sprong in de lucht, ik denk binnen 100 jaar.’

De innovaties van de evolutie volgen elkaar in een steeds rapper tempo op. Maar de laatste evolutie-innovatie – het ontstaan van het zelf reflecterend vermogen van de homo sapiens – leidde ook tot elkaar vliegensvlug opvolgende kennisinnovaties door mensen. ‘Homo sapiens leerde plannen, en reflecteren over het verleden, heden en de toekomst. Vervolgens is de mens zelf uitvindingen en ontdekkingen gaan doen. Biologische evolutie ging stap voor stap, over lange periodes en heel langzaam. Maar nu kunnen we zelf dingen bedenken, en dat gaat in een razend tempo.’

Meten is weten

Waar bij de innovaties in de evolutie meetbare (ruimte, tijd, materie, energie) en niet-meetbare elementen (drijfveer, bewustzijn) in balans waren, zijn kennisinnovaties door mensen vooral gefocust op de meetbare componenten, stelt Stikker. ‘Meten is weten, leerde ik in Delft. Wij mensen zijn met onze innovaties bezig met materiële, meetbare effecten. Maar ik weet dat ik een bewustzijn heb, al kan ik dat niet meten. Dat is de kern van het probleem: innovaties hebben sociale, ecologische, culturele en ethische consequenties. Die zijn moeilijk meetbaar, en dus makkelijk om aan voorbij te gaan.’

Economie en ecologie

Toch is het belangrijk stil te staan bij die moeilijk meetbare consequenties. Zeker omdat ontwikkelingen nu zó snel gaan, dat niet direct duidelijk is wat de gevolgen van innovaties zullen zijn. ‘We weten bijvoorbeeld nog niet zeker wat de consequenties zijn van je smartphone dichtbij je hoofd houden. Zoals ooit gebeurde met het gat in de ozonlaag en sigaretten, zullen we er op een bepaald moment achter komen hoe schadelijk de straling van smartphones is.’

Door de snelle veranderingen lijken de problemen zich op te stapelen. Daarbij maakt Stikker zich niet alleen zorgen over straling van smartphones. Hij trekt het breder, is bezorgd over klimaatproblemen in het algemeen. ‘Het IPCC, het klimaatpanel van de VN, stelde de klimaatproblemen aan de orde. Eerst dacht men dat het overdreven was, maar nu blijkt het toch waar. De maatregelen die nu genomen worden gaan veel te langzaam. Ik hoop met dit essay te bereiken dat het bewustzijn toeneemt, over dat wij zelf als individu mee kunnen werken aan de energietransitie en circulaire economie.’

Bewustzijn

Bewustzijn over deze problemen is nodig om verder te kunnen komen, gelooft Stikker. Daarbij baseert hij zich op ideeën van huisarts en wetenschapsfilosoof Arie Bos. Bos gelooft dat de hersenen opslaan wat je ziet en doet. Daardoor ben je meer geneigd om ergens op eenzelfde manier over na te denken. ‘We hebben een linker- en een rechterhersenhelft. Heel populair gesproken is de linkerhelft praktisch en rationeel, en gaat de rechterhersenhelft over ‘softere’ dingen zoals lange termijn denken en emotie. Innovators moeten zich er bewust van worden dat, als ze met iets nieuws bezig zijn, hun linkerhersenhelft gefascineerd raakt, maar de rechterhersenhelft achterblijft. Juist door zich daar bewust van te zijn kunnen ze dat stramien doorbreken, en zo het evenwicht tussen de twee hersenhelften bevorderen.’

‘Mijn drijfveer is om de toekomstige generaties niet in een catastrofale ellende terecht te laten komen. Al lezen maar 100 mensen dit essay, als er meer bewustzijn ontstaat dan is het voor mij al geslaagd. Bewustzijn gaat het langzaam: eerst geloof je niet dat het mis kan gaan, dan weet je het maar doe je niets, en dan weet je het én moet je wel iets doen.’

Meer weten?

Kijk hier de Innovatie Spreekt met Allerd Stikker terug, of kijk op zijn website.