Het belang van de Innovation Expo volgens Annemieke Nijhof

In onze rubriek ‘Het belang van de Innovation Expo’ stellen we dit keer Programmaraadslid Annemieke Nijhof voor. Ze was directeur-generaal Water bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, plaatsvervangend directeur Directie Externe Veiligheid bij het Ministerie van VROM en was raadsadviseur van minister-president Balkenende. Sinds 2012 is Nijhof CEO van Tauw, een advies- en ingenieursbureau op het gebied van milieuadvies en de duurzame ontwikkeling van de leefomgeving, waar ze leiding geeft aan 1000 mensen in verschillende Europese landen. Geen wonder dat ze in 2015 werd verkozen tot Topvrouw van het Jaar. ‘Alles waar je aandacht aan geeft groeit.’

Waarom vindt u de IE2018 belangrijk?

De Innovation Expo is voor mensen die met innovatie bezig zijn een moment om naar toe te werken, ze kunnen hier hun innovatie toonbaar en zichtbaar maken. Het blijft toch een worsteling: mensen die heel innovatief en creatief zijn, zijn vaak niet bezig met hoe ze dat aan de wereld moeten laten zien. Zo’n event helpt vragen te stellen: voor wie doe ik dit? Wat kan ik hiermee bereiken? Wie heb ik nodig om mijn innovaties verder naar de markt en de samenleving te brengen? Omgekeerd kunnen mensen die verantwoordelijk zijn voor of een rol spelen in het oplossen van allerlei maatschappelijke vraagstukken zich echt laten inspireren. Ze kunnen leren wat er allemaal nog meer kan dan wat we al weten of doen.

Wat hoopt u dat de concrete resultaten zijn van de IE2018?

Alles waar je aandacht aan geeft groeit. Dat is volgens mij het doel van de bijeenkomst. Soms gebruiken we de Innovation Expo om een resultaat te bekrachtigen, dan zie je het resultaat van het werk aan de voorkant. Bijvoorbeeld als er ter plekke een deal gesloten wordt tussen een innovator of bedrijf dat iets nieuws heeft en een eindgebruiker die dat wil toepassen. Iemand die zich bindt aan de productie van een elektrische auto of de toepassing van een nieuw soort asfalt of verlichting. Dat zijn dan hele mooie concrete resultaten.
Voor mij is de essentie van de Innovation Expo inspiratie. Dat lijkt niet meteen een tastbaar resultaat te hebben op die dag zelf, maar het echte resultaat zit vaak verborgen in de inspiratie die mensen opdoen.

Waarom moeten mensen volgens u naar de IE2018 komen?

De Innovation Expo is waar echt te beleven, te ervaren en te zien valt wat voor mogelijkheden er zijn op weg naar de verduurzaming van de samenleving. Nederland is met z’n 17 miljoen mensen op een heel klein stukje aarde in een deltagebied een heel bijzonder living lab om met innovaties aan de gang te gaan.
Ik hoop dat we kunnen laten zien dat we niet alleen op het gebied van technologie ontzettend goed zijn, maar ook op het gebied van verbinden. Als oud watermens roep ik altijd dat we ons met samenwerking hebben moeten weren tegen het water. Daar zijn de boeren 850 jaar geleden al mee begonnen, met het organiseren van waterschapverbanden om samen problemen op te lossen. Die samenwerkingsoriëntatie die wij hebben tussen het bedrijfsleven, overheden, kennisinstellingen en samenleving, dat is echt een succesformule.

Kunt u een voorbeeld geven van een mooie Dutch solution?

In de jaren 80 ontdekten we dat veel woonwijken op gifgrond of stortplaatsen waren gebouwd. Toen ging in Nederland de bodemsaneringsoperatie van start. Daar hebben we veel geleerd over de relatie tussen bodem en grondwater, verontreiniging en hoe met manipulatie van bodemeigenschappen die verontreiniging te veranderen.

Die kennis gebruiken we nu om met heel andere doelstellingen bodemeigenschappen aan te passen. De meeste verontreinigingen zijn in Nederland wel opgelost. Maar die kennis blijkt goed toepasbaar in dijkversterkingsprojecten, projecten waarbij je de eigenschappen van de ondergrond wil veranderen zonder erin te hoeven graven. Voor constructieve doeleinden is dat heel zinvol. Met de universiteiten van Delft en Wageningen doen we bijvoorbeeld onderzoek naar hoe via aanpassingen van bodemkenmerken de doorlatendheid van de bodem onder dijken kan veranderen, zodat de kans kleiner wordt dat dijkensystemen falen.

Welke innovatie is hier volgens u een mooi voorbeeld van?

Ik vind HAL24K een mooi voorbeeld, een bedrijf dat gespecialiseerd is in machine learning. Samen met hen kijken we hoe we met zelflerende algoritmen op basis van data die verzameld wordt door waterschappen betere voorspellingen kunnen maken over het beheer van het watersysteem dan op traditionele manier mogelijk is. Als je data van verschillende waterschappen in een grote bak doet en daar met de technieken van HAL24K naar kijkt, dan heb je geen last van grensovergangen tussen waterschapgrenzen. Bij oudere methoden is dat wel zo. Ieder waterschap heeft zijn eigen geohydrologisch model, dat niet altijd precies op de grens aansluit.

Bij Tauw hebben we zelf veel geohydrologen in dienst. Dus het is wel spannend: ga je innoveren, waarbij je mogelijk je eigen deskundigheid overbodig maakt? We denken dat de combinatie van de knappe koppen bij ons, maar juist ook die nieuwe technologie, echt kan leiden tot grote doorbraken. Dan blijkt: als je maar voldoende data hebt, dan heb je soms een betere voorspellende kracht. Dat zijn echt fascinerende en veelbelovende ontwikkelingen.

In 2016 spraken we Annemieke Nijhof voor Innovatie Spreekt:

Bovenstaande afbeelding verwijst door naar Youtube.